Om kwalitatief goed onderwijs te leveren, is een krachtig bestuur een belangrijke voorwaarde. De wet ‘goed onderwijs, goed bestuur’ vereist een duidelijke scheiding tussen toezicht en bestuur. In het kader van de wet hebben we scheiding doorgevoerd tussen besturen en intern toezicht houden. Het bestuur toetst, houdt toezicht en adviseert de directie. In ons bestuursmodel heeft de directeur mandaat gekregen om de bestuurlijke taken uit te voeren en vervult het bestuur de wettelijke en algemene toezichthoudende taken.

Onze school hanteert de code 'Goed Bestuur', die is opgesteld door de besturenraad. Bij mandatering machtigt het bestuur de directeur handelingen te verrichten in naam en onder verantwoordelijkheid van het bestuur. De directeur is niet alleen eindverantwoordelijk voor het reilen en zeilen binnen de school, maar is ook belast met de bestuurlijke taken en verantwoordelijkheden die zijn vastgelegd in het managementstatuut.

Onze vereniging ziet het als haar opdracht dat ons onderwijs gefundeerd is op de Bijbel. Die grondslag doortrekt ons ‘zijn’, onze levensbeschouwing en daarmee alles wat tot uitdrukking komt in ons denken, spreken en handelen. De kernactiviteiten van de school zijn, naast het onderwijs uit Gods Woord, het behalen van de kerndoelen, zoals die door het Ministerie van Onderwijs als minimumdoel zijn gesteld.